Het is u vast niet ontgaan de afgelopen tijd; de vluchtelingencrisis.
De vluchtelingenstroom was een tijdje minder vanwege een deal tussen Turkije en de EU, maar sinds de zomer van 2017 komen er weer dagelijks bootjes met vluchtelingen aan op het eiland Lesbos in Griekenland.
Bootjes vol met mensen, gezinnen die gevlucht zijn voor oorlogsgeweld. Kinderen zonder ouders, ouders zonder kinderen, verscheurde families. Allemaal maken ze de levensgevaarlijke overtocht op zoek naar een veilige plaats om hun leven opnieuw op te bouwen.
Ze hopen veiligheid en rust te vinden in Europa. Maar het moment dat ze de Griekse kust bereiken is er niets minder waar. Ze worden geplaatst in overvolle kampen met weinig tot geen voorzieningen, geen stromend water; een onveilige plaats voor hen en hun kinderen. Ze moeten slapen in kleine tentjes die dicht op elkaar geplaatst zijn, ze kunnen eigenlijk niet douchen omdat de sanitaire ruimtes te vies zijn om te gebruiken.
Ik heb het met eigen ogen gezien want ik heb gewerkt in kamp Moria, een kamp bedoeld voor 2000 personen maar gevuld met ruim 6000 personen.
Het is een onmenselijke, gevaarlijke plek.
De vluchtelingen uit het kamp moeten maanden en soms zelfs jaren wachten tot ze het eiland mogen verlaten. Ze zitten in een uitzichtloze situatie.